dinsdag 20 september 2011

Service

Tijd voor weer eens een update. Dit keer dacht ik eens thema te nemen, om jullie wat te vertellen over de Japanse samenleving en de gewoonten die ik zoal tegenkom en waar ik wel/niet aan gewend ben. Dit keer: service!
Service is ontzettend belangrijk in de Japanse maatschappij. De klant is koning, maar die woorden zijn niet alleen maar woorden die interessant klinken, maar vormen daadwerkelijk de norm. Overal. En dan bedoel ik ook overal.

In Japan kent men conbini’s. Dit zijn een soort kiosken, maar dan groter, uitgebreider én (en dit het belangrijkste van alles) vierentwintig uur per dag open. Superhandig, en niet voor niets, want conbini is een samentrekking van ‘convenience store’. Sowieso zijn openingstijden in Japan geweldig, want waar wij na ons werk of een laat college nog maar even snel naar de supermarkt moeten voor die sluit, sluit hier de supermarkt pas rond een uur of elf à twaalf, of zijn ze vierentwintig uur open. Voor alle Japanse zakenmannen (en –vrouwen) die overwerken en pas laat in de avond terugreizen naar huis is dit dus een goddelijke uitvinding.

In elk geval, conbini’s. Heel handig, wel wat duurder dan de gewone supermarkt, maar zo ongeveer alles is er te vinden, van eten tot tijdschriften tot dagelijkse benodigdheden als sokken en make-up. Er zijn allerlei ‘ketens’ hiervan, en in één straat zit er van elke keten op zijn minst één. Je kunt dus nog kiezen ook. Hierdoor is de conbini zo’n doodgewoon onderdeel van het straatbeeld geworden, dat je niet zonder kan, en ook niet meer opkijkt van dit soort winkeltjes. Omdat het dus overal is en allemaal ‘vlug vlug’ is (als in, je gaat er niet uitgebreid boodschappen doen), had ik aanvankelijk het idee dat het servicegehalte niet zo hoog zou zijn. Waarom zou je immers?

Niets is echter minder waar!

Vandaag kocht ik een voetbaltijdschrift, evenals een literpak citroenthee dat zo uit de koeling kwam. Oftewel, door de condens loopt het water in kleine straaltjes van het pak af en wordt niet alleen de plastic zak nat, maar alles wat in die tas zit ook. Na het afrekenen kreeg ik de plastic zak in mijn handen gedrukt en zag ik tot mijn grote schrik dat de kassière het tijdschrift bij dat pak had gedaan! Dus ik snel dat omgewisseld en naar huis gegaan. Bij thuiskomst opende ik de plastic zak met het pak drinken, en was ik bijna van slag af toen ik besefte dat de kassière in een mum van tijd het pak drinken in een ander dun plastic zakje had gedaan, en samen met een lang rietje (mensen hier drinken uit het pak) in de grote plastic zak had gedaan. En dat allemaal zonder dat ik het gezien had. Nu denken jullie misschien: ja, en? Maar voor mij is dit één van de voorbeelden hoe zelfs de kleinste, niet-chique conbini die overal zit een dergelijke service aflevert, ongeacht hoeveel klanten er in de rij staan en ongeacht dat je maar één minuut in de kleine zaak bent. Ik vind het heerlijk.

Nog zoiets: water in restaurants. Hier krijg je dat gewoon! Kost je niks, je mag zoveel en zo vaak inschenken als je wilt, en het staat overal (behalve bij de MacDonalds). Water of thee. Toch wat beter dan twee euro neertellen voor een flesje Spa, lijkt mij!

Ik kan in elk geval van deze kleine dingetjes onwijs genieten. Het maakt het ook enigszins ‘gevaarlijk’, omdat ik er zo snel aan gewend ben geraakt en het dadelijk in Nederland weer helemaal anders is.

Een wat grappiger voorbeeld van service, hoewel van een andere soort, is wat de kassière doet als je maandverband gaat kopen. Nu vind ik er niets beschamends aan om dat te doen, maar in Japan ligt dat toch iets anders. Met het pak maandverband naar de kassa lopen is nog oké, maar daarna moet er vooral niet te zien zijn dat je dat gekocht hebt. Oftewel, de kassière doet het pak maandverband in een kartonnen ‘zak’, die vervolgens met eventuele andere gekochte producten in een plastic zak gaat. Overdreven natuurlijk, vooral vanwege het feit dat iedereen in Japan bij het zien van zo’n papieren zak wéét wat erin zit. Wij moesten er in elk geval erg om lachen dat ze zoveel moeite nemen om iets te verbergen wat én iedereen koopt én wat juist zo gemakkelijk herkenbaar is als dat ‘beschamende’ maandverband, vanwege die papieren zak.

Dat was even mijn verhaaltje over service in Japan. Er zijn natuurlijk ontelbaar veel voorbeelden, maar deze schoten me zo even te binnen.

Hier gaat alles verder prima. Nog twee weken te gaan van de zomervakantie en dan gaat alles alweer van start. We hebben afscheid genomen van wat mensen, maar in hun plaats is er nu een hele groep (en echt een hele grote groep: zo’n vijftien man!) buitenlandse studenten bijgekomen. De DK House is veranderd van een ‘Japanse shared house’ met vier buitenlanders, naar een heel internationale gemeenschap! Voor zover ik heb weet en heb geteld zijn de volgende landen nu te vinden in ons DK House: Japan, Zuid-Korea, China, Taiwan, Nederland, Duitsland, Amerika, Rusland, Spanje, Brazilië, de Filipijnen en Australië. De atmosfeer is dus ook wel veranderd, want er is nu ook weer heel veel Engels te horen, maar het zijn denk ik wel leuke mensen. Het is ontzettend wennen, want waar wij eerst eigenlijk een uitzonderingspositie hadden (in goede zin), en ‘gewoon’ bij de Japanners hoorden omdat ons Japans vloeiend genoeg is, vallen we nu enigszins weer onder de ‘buitenlanders’ die tot dusver nog niet veel Japans hebben laten horen. Natuurlijk niet voor alle Japanners, want onze vriendengroep kent ons inmiddels, maar het is een beetje dat gevoel!

We gaan zien hoe het gaat worden. Het is in elk geval weer een levendige boel hier, en dat is allemaal maar goed!

dinsdag 23 augustus 2011

Zomervakantie~

Sorry voor de hele lange afwezigheid. Bij deze een update!

Het is hier voor mij dus zomervakantie, heel augustus en september. Pas in oktober komen de boeken weer uit de kast. Tenminste, dat is de bedoeling, maar ik heb bedacht dat ik hier het nationale examen voor de Japanse taal wil doen, dus daarvoor probeer ik nu elke dag te studeren. Het valt niet mee, zeker omdat de hitte hier niet bepaald motiveert, maar dit is een goede disciplineoefening, zal ik maar zeggen.

DK House

Ik ben tevens verhuisd van mijn oude dormitory in Kasai naar een nieuwe ‘guest house’ in Nerima, vlakbij Ikebukuro (voor de mensen die enigszins kennis van Tokyo hebben). Hier wonen veel van de vrienden die ik heb leren kennen de afgelopen maanden, en de korte tijd die ik nu hier zit, heeft me doen beseffen dat ik de goede keuze heb gemaakt. Ik heb altijd aanspraak, we gaan ook veel doen met elkaar (zoals bowlen, vuurwerk kijken en baseball oefenen!) en ook ’s avonds is het hier altijd heel gezellig. Deze mensen maken het een superleuke plek om te wonen! Daarbij kunnen we ook op het dak – het is een gebouw van vijf verdiepingen – vanaf waar we op een heldere dag Mt Fuji kunnen zien; echt heel tof. Dat is trouwens ook de plek waar je de was ophangt, en waar je kunt zonnen – heerlijk. Ook is dit DK House heel vlakbij het gebied van Tokyo dat ik het leukste vind, dus al in al een perfecte keuze.

Strand

Met een andere groep Japanners, via mijn tweede nieuwe Nederlandse vriendinnen, zijn we naar het strand geweest, met de auto. Ten eerste was het al superleuk om eens een autorit in Japan mee te maken, en om de Japanse Tom-Tom te bekijken. Echt geinig, zag er veel ingewikkelder uit dan de versie die ik ken. Het strand was heerlijk, één grote vleesmarkt leek het wel met meiden die meer uitgedost waren voor de club dan voor het strand (hoewel ze wel bikini’s droegen). Stel je voor: een meisje met heel lang (nep)haar, een dikke laag make-up en dan vreselijk onhandige hoge hakken – krankzinnig! Oftewel, ik heb vreselijk moeten lachen om die mensen.

Nog leuker werd het toen Jeanine en ik wilden gaan zwemmen – dat is immers toch wat je doet als je naar het strand gaat? De jongens waren natuurlijk geen watjes en die doken het water in, maar de meisje gingen – geheel gekleed – alleen pootjebaden. Preuts! Jeanine en ik, lekker Hollands als we zijn, hadden geen boodschap aan ‘meisjesachtig’ doen en doken zonder pardon het water in. En een lol! Die jongens vonden het in elk geval prachtig, zeker toen we ook nog verder gingen zwemmen dan waar je kunt staan, en dat we meededen met de bal spelen en in de golven springen. Het maakt ons absoluut niet ‘schattig’ zoals de Japanse meisjes hier, maar je kunt in elk geval lol met ons hebben. Volgens mij wordt dat ook zeker wel gewaardeerd.

Luieren

Verder doe ik niet veel. Als in, ik doe elke dag wat, maar om nou te zeggen dat het noemenswaardig is… Boodschappen, studeren, film kijken… Veel shoppen ook, of in elk geval rondwandelen en lekker eten. Vooral lekker eten, want dat doe ik graag en daar hebben ze genoeg van hier in Tokyo. Vooral vlees! Japanners eten meer vlees dan er verwacht wordt; tuurlijk eten ze ook vis en sushi, maar vlees is ook zeker onderdeel van hun dagelijkse dieet. Lekker vlees, vooral, haha.

Japanners zijn trouwens wel heel erg slecht in groenten eten. Wokken, wat wij Aziatisch noemen, kennen ze niet echt. Hier eten ze vooral dan koolsla, maar dat is het dan wel een beetje. Japanse curry bijvoorbeeld ook bestaat voornamelijk uit rijst en dan de curry, waarin een enkel wortelschijfje en een verdwaalde aardappel voorbij komt. Groenten eten valt hier echt mee. Ik, daarentegen, maar gerust een hele maaltijdsalade met groenten erop en eraan, wat hier trouwens ontzettend in de smaak viel! Nu heb ik ook een van mijn Japanse vrienden beloofd dat ik binnenkort een keertje wortels met uien ga maken, oftewel, Dutch-style, dus dan zal ik ze eens een pot lekker Nederlands eten voorschotelen.

In elk geval, alles gaat hier dus goed met mij. Geen nieuws is goed nieuws, ik vermaak me prima hier, en besef me ook heel goed dat de tijd vliegt. Binnenkort bereiken we het halfjaarpunt, dat van mij nog wel uitgesteld mag blijven, maar dat toch steeds dichterbij komt…

Tot over een tijdje weer!

maandag 18 juli 2011

Odaiba

Ik krijg er om de een of andere reden maar geen regelmaat in, in het updaten van mijn blog. De tijd vliegt hier en een goed besef van de dagen heb ik niet echt; tel daarbij op dat het bloed- en bloedheet is, en dat het examenperiode is, en je begrijpt wel dat ik het behoorlijk druk heb. Maar bij deze toch maar weer een verhaaltje. Met mij gaat alles goed; vijf van de zes tentamens zitten er op, dus nog even voor eentje doorzetten, en het is zomervakantie (tot eind september, wel te verstaan). Uiteraard heb ik naast studeren weer veel ondernomen, en deze keer gaat het over Odaiba.

Kort geschiedenislesje
Odaiba is het grote artificiële eiland dat in de baai van Tokyo ligt. Het is in 1853 gebouwd, destijds als post vanwaar Tokyo beschermd kon worden tegen vijandelijke aanvallen vanaf zee. In die tijd was Japan namelijk afgesloten voor handel met het buitenland – met uitzondering van Nederland en China. De Amerikaan Commodore Perry was in 1853 desondanks aan land gekomen en had gedreigd maatregelen te nemen als Japan haar grenzen niet zou openen; voordat dat daadwerkelijk gebeurde, probeerde Japan nog haar land te beschermen en Odaiba was dus bedoeld om pogingen van de kant van Perry te dwarsbomen. Daiba betekent dan ook ‘fort’ of ‘batterij’, waarmee gerefereerd wordt aan de kanonnen die men plaatste op het eiland.
Tegenwoordig staat Odaiba voornamelijk bekend om een aantal belangrijke (en leuke bezienswaardigheden) en is het ‘district’ razend populair onder zowel buitenlandse als Japanse toeristen. Onder andere de studio’s van Fuji Television, grote en bekende winkelcentra en het hoogste reuzenrad na de London Eye zijn hier gevestigd.
Er is tevens een kleine versie van het Vrijheidsbeeld te vinden (geen grapje!) – het echte Vrijheidsbeeld stond van april 1998 tot mei 1999 in de Baai van Tokyo ter commemoratie van ‘Het Franse Jaar in Japan’, en wegens haar populariteit werd er in 2000 een replica op dezelfde plek neergezet, en het staat er nog steeds. En wat een maf gezicht kan ik je vertellen!
De hangbrug Rainbow Bridge verbindt Odaiba met Tokyo en is 570 meter lang – en in het jaar 2007 heb ik dat stuk gelopen en dat is nog steeds een leuke herinnering! De geheel geautomatiseerde Monorail brengt je van Shimbashi naar een aantal stations op Odaiba, en ook dat is een leuk tripje (aanrader!).

Kattencafé
Ja, heus. Een kattencafé. Maffer kan het haast niet worden. Ze zijn overal in Tokyo, naar het schijnt, maar wij – Jeanine, Iris en ik – kwamen er voor het eerst een tegen op Odaiba. De eerste keer dat we op dit eilandje waren, zijn we er niet heen geweest, maar de tweede keer wel – en wat een vreemde ervaring!Allereerst geef ik toe dat ik mijn eigen kat heel erg mis, dus ik was wel eventjes toe aan wat geknuffel met katten. Dat idee viel al in duigen toen bij de ingang duidelijk werd gemaakt dat je geen van de katten mocht oppakken (en dat je ze niet aan de staart mag trekken…). We moesten onze handen reinigen, een drankje bestellen en kregen een bezoekerspasje om. Daarna mochten we naar binnen. Nou, de lucht kwam ons al tegemoet; kan onmogelijk gezond zijn! Er waren echt veel katten, ik schat een stuk of vijfentwintig, en allemaal verschillende rassen. Nou is dat op zich al gek voor ons, allemaal katten in een paar ruimtes, maar deze katten zijn natuurlijk ook nog zo gewend aan dat er mensen zijn, dat ze niet eens meer geaaid willen worden. Als je er eentje te pakken krijgt, wurmen ze zich onder je hand vandaan; anderen liggen languit te slapen; en nog anderen zitten opgesloten in kooien en die mogen alleen maar mauwend toekijken – de deurtjes mogen uiteraard niet opengemaakt worden. En bijna alle katten negeren je compleet. Er werd dus al snel een domper op ons enthousiasme gedaan. Het hele idee is eigenlijk ook al vreemd, dat je katten voor anderen houdt, maar daarbij ook nog dat de mensen die komen het moeten doen met ‘kijken’ en misschien, met een klein beetje geluk, een aanraking van een vacht. Het lijkt me in elk geval duidelijk dat ik daar niet meer heen hoef; ik wacht nog wel een halfjaartje tot ik weer mijn eigen kat kan oppakken. Wat een vreemde bedoening!

Maritiem museum
Vrijdag 15 juli togen Jeanine en ik naar het Maritiem Museum op Odaiba. Ik had er op zich niets te zoeken, maar Jeanine ging erheen voor een opdracht voor de universiteit en ik ging mee, want we gingen vandaag naar bovenstaand kattencafé. Aangezien het bloedheet was, waren we blij met de koelte van het museum, en we werden ook nog eens aangenaam verrast door het museum zelf – wat een prachtmuseum! Nu heb ik niet zoveel interesse in boten en dergelijke, maar de opzet was ontzettend gaaf, met zowel kleine nagebouwde schepen als grote onderdelen die je kon bekijken en veel interactieve onderdelen. Zo kon je plaatsnemen in het stuurgedeelte van een onderzeeër, spelletjes doen op een computer en deden Jeanine en ik mee aan een quiz in een klein theater – uiteraard in het Japans – waarbij je een stukje film te zien kreeg en dan A, B of C moest antwoorden op de vraag. En wat een lol! Ik heb daadwerkelijk nog iets geleerd; wist je bijvoorbeeld dat er 30.000 meter touw (of meer) op een schip aanwezig is? Ook stonden we bij een klein waterbassin waar we voor 100 yen een radiografisch bootje mochten besturen – heus, we waren net kinderen.Nog een extra onderdeel van het museum was een tot museum omgetoverde boot die in de baai lag; het voelde dan ook behoorlijk echt toen we in de kapiteinshut stonden, of naar binnen gluurden bij de bizar kleine kamertjes van de crew. Overigens waren er ook behoorlijk echte poppen geplaatst in de te bezichtigen ruimtes en schrok ik me de eerste keer dood toen ik nietsvermoedend een slaapruimte binnen tuurde!

Harry Potter: ja/nee?Vrijdag 15 juli was tevens de grote dag: de (in Japan) première van Harry Potter and the Deathly Hallows, part 2! Uiteraard was dit al midden in de nacht, maar wij zouden ’s avonds gaan. Helaas – en tot onze grote frustratie – liep dit op niets uit, omdat bleek dat we een uur van tevoren de kaartjes moesten ophalen en wij daarvoor te laten kwamen vanaf Odaiba! Dus na enige Nederlandse – verstaat toch niemand – scheldwoorden besloten we maar meteen de volgende dag te gaan. En dan ook niet flauw: om 8:15u sharp stonden we voor de bioscoop en pikten we onze kaartjes op voor de eerste voorstelling van de dag! Uiteraard hebben we de hotdogs, frietjes en andere gefrituurde menuonderdelen maar links laten liggen; alleen een donut en karamelpopcorn (overigens superduper lekker) mochten met ons mee naar binnen. Dus, Harry Potter 7, part 2 – wat een steengoede film, misschien wel de beste van de serie. Het was alsof ik het boek aan het lezen was, dus dat betekent een goede verfilming! Uiteraard wat aanpassingen hier en daar, maar niet zo storend als in voorgaande delen. Voor de mensen die nog gaan en die het niet droog houden: neem maar een teiltje mee – die zul je hard nodig hebben, getuige het regelmatige gesnuf dat door de zaal ging (en niet vanwege een verkoudheid). Het was ook leuk om weer buiten te komen ná de film, aangezien je het gevoel krijgt dat het een uur of elf ’s avonds is, maar het in plaats daarvan twaalf uur eerder is, de zon volop brandt (letterlijk) en het tijd voor lunch is.
Dat we naar Harry Potter gingen, betekent overigens dat we naar de originele, Engelstalige film zijn gegaan, waarbij dan ondertiteling in het Japans beschikbaar is. Er is ook een geheel Japanstalige versie, maar die hebben we zonder twijfel overgeslagen.

Nou, ik heb nog wel meer op Odaiba gedaan, waaronder het eten van een overheerlijke, totaal niet-Japanse Hawaiaanse burger die zó goed smaakte, dat we het er nu nog over hebben. En geen flauwe burger: echt een fatsoenlijke, vers gegrilde, bijna te groot om met je handen te eten burger. Genieten. Met Heinz tomatenketchup. En uitzicht op Tokyo vanaf het eiland met zowel de Rainbow Bridge als het Vrijheidsbeeld. Wat een leventje!

Tot de volgende update maar weer!

vrijdag 1 juli 2011

Het einde is ingeluid

Het is alweer enige tijd geleden, maar de dagen vliegen hier zo snel voorbij, dat ik amper bij kan houden wat er allemaal gebeurt elke dag. Alles gaat in elk geval goed.

Momenteel is het ontzettend heet in Tokyo (en de rest van Japan). Op de een of andere manier is me volledig ontgaan dat er ook nog zoiets als zomer (en zomervakantie!) bestaat met het ingaan en aflopen van de maand juni. In Nederland heb ik dat gevoel veel sterker; hier realiseerde ik me heel opeens dat juni al voorbij is en de zomer aangebroken is.
De hitte en de zon helpen in elk geval wel mee. Vooralsnog heerst hier het regenseizoen, wat betekent dat het, ondanks de felle zon, zomaar kan gaan regenen, wat vaak resulteert in doorweekte mensen, aangezien haast niemand bij stralende zon een paraplu meesleept. Hiervoor zijn kleine handparaplu’s uitgevonden!
Helaas is het in Japan wel benauwd heet; in de zon is het daadwerkelijk bloedheet, maar zo gauw er maar wat wolken voorhangen, wordt het ontzettend benauwd, laat staan wanneer er regendruppels vallen. Gisteren (30 juni) heeft het hier goed geregend en geonweerd, maar waar het in Nederland dan afkoelt, is het in Tokyo zo mogelijk nog heter de volgende dag! Vaak douchen is hier dan ook een absolute noodzaak.

Het eerste semester loopt nu tegen haar einde. Nog een week met normale colleges te gaan en daarna gaat alles over in eindexamens van het lentesemester. Het eerste evaluatieformulier is ons vandaag al voorgelegd!
Uiteraard betekent dit resterende korte tijdsbestek dat er nog ontzettend veel gedaan moet worden; zo moet ik nu met twee klasgenoten een project afronden (en presenteren) waarin we via interviews – uiteraard in het Japans – op zoek zijn gegaan naar de redenen achter het lage niveau van Engels van de Japanse bevolking. Ook een project over kanji moet afgerond worden, en uiteraard staan er nog wat laatste testen voor de grote examens op het programma, dus op onze lauweren rusten en gaan zonnen zit er nog niet in!
Hoewel het einde van het eerste semester de start van de zomervakantie, en daarna het tweede (herfst-) semester inluidt, betekent het voor veel buitenlandse studenten dat het langzaamaan tijd wordt om huiswaarts te keren. Vooralsnog proberen de meesten hier niet aan te denken, maar veel van hen hebben nog maar iets van een maand te gaan voor ze hun koffers moeten pakken. In het DK House staat dan ook al een afscheidsfeest gepland voor eind juli. Ook ik probeer er nog niet zoveel aan te denken dat sommige mensen aan wie ik, met anderen, gehecht ben geraakt straks er niet meer zijn. Dat gaat me nog aardig af met alle drukte, maar straks is er geen ontkomen meer aan. Al ga ik zelf nog lang niet weg hier en al is het ontzettend leuk om nieuwe mensen te leren kennen, het moeilijkste blijft toch dat je weet dat er ook een tijd van afscheid nemen komt. En met de komst van juli, komt dat moment ook dichterbij.
We zullen zien hoe alles gaat lopen. Nu staat de studie even voorop, alhoewel gecombineerd met nog een hele hoop leuke uitstapjes, en zo gauw ik meer tijd heb, zal ik daar eens over updaten!

Een hele fijne zomer toegewenst in Nederland!

maandag 6 juni 2011

Campeones(!), examens en regenseizoen


Kampioen van Europa, en wat voor een kampioen! Het kostte mij een behoorlijk aantal uren slaap om de wedstrijd te kijken, maar in het gezelschap van wat Japanse vrienden (inclusief ‘tegenstanders’) en met zelfgemaakte overheerlijke pizza bij de hand werd het een geweldige nacht, die schitterend werd afgesloten met de uitzonderlijk mooie overwinning van Barça op Manchester United!! 28 mei 2011, om nooit te vergeten. Op de wegzakbank van het DK House te Nerima, Tokyo, Japan.

Inmiddels is het een week verder en heb ik het erg druk met examens. Van de vijf examens heb ik er twee achter de rug, te weten Grammatica & Begrijpend Lezen, en Kanji (die Chinese karakters, weet je wel). Beide erg intensief en voor beide de volle negentig nodig gehad om alles af te krijgen, ondanks dat alles een herhaling was van de hoofdstukken die we in de voorgaande weken behandeld hebben. Maar met het leren besef je pas hoeveel nieuwe woorden je hebt geleerd (en toch ook weer bent vergeten), hoeveel grammatica er behandeld is en hoeveel nieuwe tekentjes je in je hoofd gestampt hebt. Ik weet in elk geval dat ik na afloop van deze tentamens doodmoe ben en hoeveel dat erg onhandig is aangezien we om half een vrij zijn, doet me dit ook weer beseffen dat dit studeren is. Eindelijk weer eens optimaal je best doen, zonder te overdrijven, en je hersens echt laten kraken om alles op te rakelen en toe te passen op de voorgelegde vragen. Uitputting, maar eveneens voldoening. En dat voelt goed!
Deze week een wat lichter programma, dat desondanks wat voorbereiding (lees: herhaling) vereist. Dinsdag een ‘normale’ kanji-toets, en woensdag de officiele examens, ditmaal voor Luistervaardigheid, en als tweede Opstel schrijven; uiteraard in het Japans (en zonder woordenboek!). Donderdag tijd voor conversatie (zes minuten, een beetje een lachertje vergeleken met de vijftien minuten conversatietentamen in Leiden, al komen er misschien wat strikvragen...) en dan vrijdag, alsof we niet zojuist een examenparcours hebben afgelegd, het afsluitende tentamen van het hoofdstuk dat we momenteel in de les behandelen. Intensief is intensief!

Japan kent nu het regenseizoen, de tsuyu genaamd. Normaliter betekent dit dat het doorgaans regent, maar het wisselt hier daadwerkelijk per dag. Waar het de ene dag met bakken (en dan ook echt met bakken) uit de hemel komt, waarbij het niet uitmaakt of je een kleine, grote of geen paraplu opsteekt, is het de andere dag stralend en bloedheet weer. Er is geen pijl op te trekken, al klopt, in grote tegenstelling met Nederland, hier het weerbericht meestal wel, haha. Het meest vervelende aan deze periode is vooral dat de dagen dat het wel regent, het meestal warm is. Waar het in Nederland doorgaans afkoelt als het eenmaal regent, blijft het in Japan warm, wat dan omslaat in een heel verstikkende benauwdheid. Het feit dat je dan ’s ochtends in een overvolle trein moet staan met transpirerende medereizigers maakt het er niet leuker op! Tot dusver is het nog meegevallen, maar volgens de Japanners duurt deze periode tot ergens in juli, dus we hebben nog even...

Zoals altijd vermaak ik me uitstekend, ben ik lekker druk, maar vergeet ik niet te genieten van alles wat ik hier meemaak. Volgende keer een berichtje over het bezoek van Marieke, een vriendin die ik via Barça ken, en haar zus Liesbeth, die momenteel in Japan zijn en die mij eindelijk weer eens bewust hebben gemaakt van de dingen die ik inmiddels als doodnormaal beschouw, maar die eigenlijk zo anders zijn!

Tot dan!

woensdag 25 mei 2011

Bergbeklimmen

Nou, niet echt bergbeklimmen, meer berg bewandelen, maar het heet in het Japans wel degelijk bergbeklimmen! Afgelopen zaterdag (21 mei) toog ik samen met mijn uitwisselingsstudentvrienden naar de school van Amerikaan/Filippijn John om daar de Japanners en andere buitenlanders te ontmoeten die mee zouden gaan. Echt, waar ik in Nederland het weekend gebruikte om huiswerk te maken, is dat nu absoluut geen optie meer, want de weekenden zijn zowaar nog drukker dan de midweekse dagen!

Hoe dan ook, op de taalschool werden we ingedeeld in groepjes met wie we de berg op zouden gaan. Dit zou ongeveer een uurtje of een à anderhalf duren. Op de top zouden we dan gaan lunchen met zijn allen, waarna we weer gestaag zouden gaan afdalen.
Nou weet ik dat een planning noodzakelijk is, maar met een plan een berg beklimmen blijkt dus geen optie, haha. Aangekomen bij Mt. Takao na een treinrit van een uur, die overigens heel vlot en gezellig was, kregen we even de tijd om rond te kijken onderaan de berg, waarna we met onze groepjes vertrokken. Nog geen tien minuten na het “let’s go!” signaal ging alles door elkaar heen; Glynis, onze groepsleider en ik gingen in een behoorlijk tempo al naar boven, terwijl de hele rest van de groep (zo’n dertig man in totaal, overigens) in een dodelijk tempo achter ons aan sukkelde. Al gauw kreeg ik spijt van onze enthousiaste start, want aangezien mijn conditie niet optimaal is, het belachelijk warm en benauwd was en zelfs route 1 (de gemakkelijkste!) behoorlijk steil bleek, was het gauw gedaan met het snelle tempo. Andreas, eigenlijk met een ander groepje, nam het voortouw met Glynis, waarna niemand van ons hen meer gezien heeft tot we aankwamen op de top.

Ondanks de hitte en het steiler dan verwachte pad, was het echt ontzettend gezellig, leuk en vooral mooi. Heel erg fijn om weer eens in de natuur te zijn, in plaats van omgeven door hoge gebouwen, auto’s en herrie. Genoten. Ook lekker de geuren van het bos weer eens te ruiken in plaats van uitlaatgassen. En het uitzicht! Want uiteraard, ondanks het overdreven geklaag dat we allemaal graag lieten horen, hebben we allemaal de top bereikt, waar we konden bijkomen en lekker gingen lunchen. Ook onderweg was er al voldoende te doen met een tempelcomplex en verschillende kleine standjes waar je bijvoorbeeld meer dan welkom ijs of koud drinken kon kopen. Genieten! Op de top namen we ook afscheid van elkaar, waarna ieder voor zichzelf kon teruggaan of nog kon blijven.

De terugweg was natuurlijk een stuk gemakkelijker en moe maar voldaan reisden we per trein terug naar het centrum van Tokyo. Zondag voelde ik nog niet zoveel van het ‘klimmen’, maar maandag en dinsdag lieten mijn kuiten toch wel even merken zich behoorlijk ingespannen te hebben!

Klik hier voor de foto's van deze trip!

zondag 15 mei 2011

Het dagelijks leven

Hallo vanuit een behoorlijk warm Tokyo! De temperatuur is inmiddels opgelopen naar een graad of 23 elke dag, met hier en daar een uitschieter van 27 graden.
Ik ben al behoorlijk gewend hier aan het ritme. Elke dag rond half zeven opstaan, kwart voor acht de deur uit, iets over acht de metro en ergens tussen kwart voor negen en negen uur aankomst op de Yotsuya campus. Nog altijd is het super druk in de metro, en ook al dacht ik van niet in het begin, ik ben er al goed aan gewend. Je krijgt een soort gelatenheid over je als je elke dag het zoveelste sardientje in een groot blik bent. Ik gebruik de 23 minuten die ik in de metro sta om mensen te mailen vanaf mijn telefoon (‘smsen’), om wat te dutten of om muziek te luisteren. Net als de Japanners houd je rekening met de mensen om je heen, maar negeer je ze tegelijkertijd volkomen – een eigenschap die ik graag overneem en vasthoud!

De colleges zijn weinig variërend, waardoor ze, vooral als ik moe ben, soms wat saai of langdradig zijn. Aan de andere kant zorgt het er wel voor dat we een tekst goed behandelen, dat woorden en kanji beter blijven hangen en dat daarmee, denk ik, onze Japanse vaardigheden wel vooruitgaan. Elke dag hebben we wel een toets(je) of twee, en elke week een grotere test. Tot nu toe is alles goed bij te houden, al komt het geregeld op de laatste dag aan omdat ik veel andere (leukere!) dingen doe.

Zo ben ik momenteel lid van een club genaamd SISEC die speciaal opgericht is om de ‘kloof’ tussen buitenlandse studenten en Japanners te overbruggen. Het aantal buitenlanders is vervelend klein, wat erg jammer is voor deze club, maar daar is vooralsnog niets aan te doen dus roeien we met de riemen die we hebben.
Van deze club hadden we afgelopen zaterdag (14 mei) een ‘Cooking Party’, oftewel een kookfeestje. We werden met 55 man opgedeeld in zes groepen die aan de slag gingen met gerechten uit zes verschillende landen (China, Korea, Japan, Amerika, Italië en Hongarije). Ik werd ingedeeld bij de laatste en onze gerechten waren goulash en paprika-kip. Ik kan jullie vertellen: de goulash was geen goulash, maar smaakte desondanks prima! En het bereiden was natuurlijk hilarisch, vooral omdat we ook met onze groep zelf de boodschappen moesten doen en daarbij het recept meenamen; nou is dat op zich niet grappig, maar het naar het Engels vertaalde recept was zó onbegrijpelijk dat zelfs de buitenlandse studenten maar naar de Japanse versie grepen om enigszins een idee te krijgen van de ingrediënten en bereidingswijze! Geweldig ook om te zien hoe iedereen na afloop opruimt en schoonmaakt; daar kunnen Nederlanders nog wat van leren! Iedereen neemt een taak op zich, werkt hard (en perfectionistisch; alles moet schoon!) en degenen die enigszins overbodig zijn, zoeken naargeestig naar iets om te doen om vooral niet te niksen! Heerlijk.

Zondag ben ik naar Asakusa geweest (een heel toeristisch tempelcomplex in Tokyo) met Kengo, een Japanse jongen (eerstejaars universiteit) die een paar jaar geleden met zijn middelbare school klas naar Leiden kwam en met wie ik sindsdien contact heb gehouden. Kengo had zijn maatje Nobu meegenomen en met zijn drieën zijn we op pad gegaan. Allereerst was het al zo grappig om te zien dat beiden een gids/magazine hadden meegenomen en daadwerkelijk vooraf wat ‘onderzoek’ hadden gedaan naar het tempelcomplex en de omgeving om te zien wat we konden gaan doen! Waar wij meestal maar besluiten dat we naar een bepaalde district in Tokyo gaan en dan wel zien, wisten zij precies welke plekjes we binnen dat district moesten bezoeken. Later bleek ook dat Nobu aan zijn docent had gevraagd welk district een aanrader was voor een uitje met iemand uit Nederland!
Binnen het tempelcomplex deden we precies wat elke Japanner doet, maar wat je als toerist meestal niet doet omdat je dat niet kent of omdat je er geen zin in hebt. Maar nu ik twee Japanners bij me had, volgde ik hun voorbeeld en dat was ontzettend leuk! Allereerst betaalden we 100 yen om een mikuji te trekken; dit is een papiertje waarop jouw geluk geschreven staat. Toevallig hadden wij alle drie verschillende uitkomsten: Nobu zou heel veel geluk hebben, ik ‘normaal’ geluk en Kengo, helaas, veel pech! Aangezien hij die laatste (en slechtste) getrokken had, moest hij die aan een rek binnen dat bij het verkooppunt stond; daarmee zou die pech dan afgeweerd worden.
Vervolgens gingen we naar de plek waar je wierook kunt branden die je dan moet inademen en over je hoofd moet waaien met je handen; dit is dan om je te reinigen voor je de tempel betreedt. Hierna gingen we de tempel binnen en deden we een gebed, waarbij Kengo nog even tegen Nobu zei dat hij het ‘bidritueel’ verkeerd uitvoerde. En ik maar lachen.
Vanwege het ‘vooronderzoek’ dat mijn gidsen gedaan hadden, verlieten we al snel het toeristische gedeelte en betraden we de minder bewandelde paden van Asakusa. Dit leidde ons naar een wat chiquer restaurant waar we heerlijke tempura (gefrituurde snacks, zoals een garnaal en bepaalde vis) met rijst aten. Dit was tevens voor het eerst dat ik een vis met staart en al heb opgegeten.
Ook hebben we veel verschillende snacks geprobeerd waarvan ik de namen niet eens meer weet, maar het was zo lekker en zo leuk om gewoon overal voor een paar honderd yen een snack te kopen en te eten! Ook kwam ik er achter dat in de Sumidagawa, de grote rivier, kwallen zwemmen – en niet maar een paar!

Het was een heerlijke dag vandaag en het zorgt ervoor dat ik weer genoeg energie heb om komende week aan de slag te gaan. Er staat buiten de colleges weer genoeg op de planning. Morgen staat een concert van Maroon5 op de planning! En niet in de minste hal; de groep treedt op in het Nippon Budokan, een arena in het centrum van Tokyo! Hier hebben The Beatles bijvoorbeeld hun eerste concert in Japan gegeven, en diverse artiesten hebben hier een ‘Live at Budokan’ album opgenomen, waaronder Deep Purple, Bob Dylan, Dir en Grey (Japanse band), miyavi (Japanse artiest) en Ozzy Osbourne. Ik ben er nog nooit geweest dus dat beloofd wat en volgens Haruka, door wie ik ben meegevraagd, hebben we ook goede plaatsen, dus ik ben benieuwd! Aankomend weekend gaan we met een groep naar Takao-san, een berg niet al te ver van Tokyo die we gaan ‘beklimmen’ (wandelen dus) en zondag staat er een heus pannenkoekenfeest op de planning, waarvoor Glynis en ik eventjes de handen uit de mouwen gaan steken! Verslag volgt uiteraard nog!

Ciao!